Adaptief onderwijs
Op onze school zitten de leerlingen van de groepen 1 en 2 in combinatieklassen. Er wordt zowel individueel, groepsgewijs als ‘klassikaal’ gewerkt. Een aantal jaren geleden hebben we ervoor gekozen te gaan werken met het concept van adaptief onderwijs. Ten eerste om de overgang van groep 2 naar groep 3 soepeler te laten verlopen. Ten tweede om de kinderen nog meer te motiveren voor het leren en ten derde om meer rekening te kunnen en te willen houden met verschillen tussen de kinderen.
Sinds een aantal jaren zijn we bezig het adaptief onderwijs stapsgewijs in de gehele school in te voeren. In dit traject krijgen we begeleiding van Edux (schoolbegeleidingsdienst). Afgelopen jaar heeft het accent gelegen op de groepen 7 en 8. Dit jaar staat in het teken van resultaatgericht adaptief onderwijs.
Centraal in adpatief onderwijs staat het begrip C.A.R. Het gaat hierbij om het verstevigen en uitbreiden van:
C: competentiegevoelens van kinderen, wat kan ik al?
De dag wordt begonnen met het bekijken van het programma. De kinderen gaan zo snel mogelijk aan het werk, wat ze al kennen hoeft niet meer uitgelegd te worden.
A: autonomie, zelfverantwoordelijkheid van kinderen.
Ze tekenen zelf aan wat ze gemaakt hebben. Hiervoor gebruiken ze in de hogere groepen de planbrief. Regelmatig kijken ze zelf hun werk na.
R: relatie, de interactie met de leerkracht en leerlingen en meer specifiek het samenwerkend leren.
De kinderen leren van de leerkracht, maar er wordt ook gewerkt door middel van samenwerkend leren.
Het onderwijs in de groepen 3 tot en met 8 is georganiseerd in een jaarklassensysteem. Leerlingen van vergelijkbare leeftijd zitten bij elkaar in de groep en krijgen dezelfde leerstof aangeboden. Uiteraard worden hierbij zoveel mogelijk de principes van adaptief onderwijs toegepast. We streven ernaar om zo weinig mogelijk met combinatiegroepen te werken. In de meeste groepen staat twee keer per week ‘zelfstandig werken’ (in de aula) op het rooster. Hierbij werken de kinderen op hun eigen niveau en tempo. Computers en zelfcorrigerende materialen worden ingeschakeld ter ondersteuning. Uiteindelijk is het doel dat de leerkracht ‘de handen vrij krijgt’ om de leerlingen, die extra begeleiding nodig hebben, te kunnen begeleiden. Een tweede voordeel van deze organisatievorm is dat ook kinderen die extra stof aankunnen op deze manier voldoende uitgedaagd kunnen worden.
Tijdens een informatieavond aan het begin en halverwege het schooljaar wordt u op de hoogte gebracht van de werkwijze in de groepen 1/2. U krijgt dan ook een korte uitleg over de CITO-toets en tevens wordt VVE (Voor en Vroegschoolse Educatie) besproken.
terug naar overzicht